A2

Elementair (A2)

Verleden tijdsvormen, vergelijkingen, modale werkwoorden en grammatica voor alledaagse communicatie.

0 van 28 onderwerpen voltooid0%
0/28bestudeerd

Onderwerpen

28 onderwerpen
  1. 1
    Present Continuous (bevestigend)
  2. 2
    Present Continuous (vragen/ontkenningen)
  3. 3
    Present Simple vs Present Continuous (kerncontrast)
  4. 4
    Past Continuous (introductie)
  5. 5
    Past Simple vs Past Continuous
  6. 6
    Toekomst: be going to
  7. 7
    Toekomst: will (introductie)
  8. 8
    Beleefde verzoeken: can/could
  9. 9
    Must vs have to (basis)
  10. 10
    Should (advies)
  11. 11
    Hoeveelheidswoorden: much/many/a lot of
  12. 12
    Few/a few; little/a little; a bit of
  13. 13
    As…as / not as…as
  14. 14
    -Ed/-ing adjectives (interested/interesting)
  15. 15
    Lidwoorden: the vs zero in veelvoorkomende plaatsen/zinnen
  16. 16
    Objectvoornaamwoorden (me/him/her/us/them)
  17. 17
    Bezittelijke voornaamwoorden (mine/yours…)
  18. 18
    Cohesie: “it/there” as verwijswoorden
  19. 19
    Voorzetsels van beweging
  20. 20
    Doelinfinitief (to + V)
  21. 21
    Werkwoord + to‑infinitive (want/need/decide)
  22. 22
    Werkwoord + -ing (like/enjoy/hate)
  23. 23
    -Ing vs to‑infinitive (introductie)
  24. 24
    Eenvoudige beperkende betrekkelijke bijzinnen: who/which/that
  25. 25
    Tijdsverbinders: when/before/after/while
  26. 26
    Because / so (oorzaak → gevolg)
  27. 27
    Basisinterpunctie: komma’s in opsommingen
  28. 28
    Apostrof: contracties vs possessive ’s
Elementair (A2) | English Grammar Checklist