B2

Modale werkwoorden: conclusies over het heden

Definitie / Uitleg

We gebruiken modal verbs zoals must, might en can't om logische inschattingen te maken over een huidige situatie. Deze vormen drukken hier geen regels of toestemming uit; ze tonen hoe zeker de spreker is op basis van bewijs. Must drukt een sterke conclusie uit, might mogelijkheid, en can't een sterke negatieve conclusie. Deze grammatica is gebruikelijk wanneer we de volledige waarheid niet direct zien maar wel kunnen afleiden. De betekenis komt uit logica, niet uit directe zekerheid.

Belangrijkste regels

  • Gebruik must + base verb voor een sterke positieve deductie: She must be at work.
  • Gebruik might / may / could + base verb voor een mogelijke verklaring: He might be busy.
  • Gebruik can't + base verb voor een sterke negatieve deductie: That can't be true.
  • Dit gebruik gaat over now of een algemene tegenwoordige situatie.
  • Verwar deductie niet met toestemming: You may leave now heeft een andere betekenis.

Voorbeelden

  • She must be at work. Her car is outside. - Ze moet op het werk zijn. Haar auto staat buiten.
  • He can't be serious. - Dat kan hij niet menen.
  • They might know the answer. - Misschien weten zij het antwoord.
  • This could be the right address. - Dit zou het juiste adres kunnen zijn.
  • You must feel tired after that trip. - Je moet moe zijn na die reis.

Veelgemaakte fouten

  • ❌ She must to be at work. -> ✅ She must be at work.
  • ❌ He can't is serious. -> ✅ He can't be serious.
  • ❌ They maybe know the answer. -> ✅ They might know the answer.

Volg je voortgang