Definitie / Uitleg
Demonstratives helpen ons naar personen of dingen te wijzen. We kiezen het woord op basis van afstand en aantal: this/these voor dingen dichtbij, en that/those voor dingen verder weg. We gebruiken enkelvoudsvormen voor een ding en meervoudsvormen voor meer dan een ding. Deze woorden zijn heel gebruikelijk in gesprekken wanneer we iets aanwijzen, kiezen of identificeren.
Belangrijkste regels
- Gebruik this voor een ding dichtbij.
- Gebruik that voor een ding verder weg.
- Gebruik these voor meer dan een ding dichtbij.
- Gebruik those voor meer dan een ding verder weg.
- Gebruik ze voor een noun of zelfstandig: This is nice. / This bag is nice.
Voorbeelden
- This is my seat. - Dit is mijn stoel.
- That house is very old. - Dat huis is erg oud.
- These shoes are new. - Deze schoenen zijn nieuw.
- Those boys are in my class. - Die jongens zitten bij mij in de klas.
- I like this song. - Ik vind dit liedje leuk.
- Who are those people? - Wie zijn die mensen?
Veelgemaakte fouten
- ❌ This shoes are dirty. -> ✅ These shoes are dirty.
- ❌ That are my keys. -> ✅ Those are my keys.
- ❌ These is my friend. -> ✅ This is my friend.