Definitie / Uitleg
Past Simple helpt ons over afgeronde handelingen in het verleden te praten. Veel werkwoorden vormen de verleden tijd met -ed, zoals worked, played of visited. We gebruiken deze vorm voor handelingen die op een duidelijk moment voor nu gebeurden. Op dit niveau is het hoofddoel de bevestigende vorm en de meest voorkomende spellingveranderingen te leren.
Belangrijkste regels
- Voeg bij veel regelmatige werkwoorden -ed toe: work -> worked, play -> played.
- Eindigt een werkwoord op e, voeg -d toe: live -> lived.
- Sommige werkwoorden hebben spellingveranderingen, maar focus op A1 eerst op veelvoorkomende regelmatige vormen.
- De vorm is hetzelfde voor alle subjects: I worked, she worked, they worked.
- Gebruik deze vorm voor een afgeronde handeling op een afgesloten moment in het verleden.
Voorbeelden
- I visited my aunt last weekend. - Ik bezocht mijn tante vorig weekend.
- She watched a film last night. - Zij keek gisteravond een film.
- We played tennis yesterday. - We speelden gisteren tennis.
- They lived in Rome in 2020. - Ze woonden in 2020 in Rome.
- He cleaned his room this morning. - Hij maakte vanochtend zijn kamer schoon.
Veelgemaakte fouten
- ❌ I visit my aunt yesterday. -> ✅ I visited my aunt yesterday.
- ❌ She watch a film last night. -> ✅ She watched a film last night.
- ❌ We playeded football. -> ✅ We played football.
Tips
- Veel regelmatige verleden vormen eindigen op -ed, maar uitspraak kan /t/, /d/ of /id/ zijn.