A1

Voorzetsels van tijd: at/in/on

Definitie / Uitleg

We gebruiken at, in en on voor tijd, maar elk past bij een ander type tijdsuitdrukking. Eenvoudig gezegd: at vaak voor kloktijd, on voor dagen en data, en in voor langere periodes zoals maanden, jaren en dagdelen. Dit zijn heel gebruikelijke patronen in alledaags Engels. Leerders hebben oefening nodig omdat kleine tijdsfrases in bijna elk gesprek voorkomen.

Belangrijkste regels

  • Gebruik at voor kloktijd en sommige vaste uitdrukkingen: at 6, at night.
  • Gebruik on voor dagen en data: on Monday, on 5 May.
  • Gebruik in voor maanden, jaren, seizoenen en dagdelen: in July, in 2026, in summer, in the morning.
  • Gebruik meestal geen preposition voor today, tomorrow, yesterday.
  • Leer veelvoorkomende uitdrukkingen als chunks: at the weekend of on the weekend hangt af van Engelsvariant.

Voorbeelden

  • The lesson starts at 9 o'clock. - De les begint om 9 uur.
  • I play tennis on Saturday. - Ik speel op zaterdag tennis.
  • My birthday is in April. - Mijn verjaardag is in april.
  • We travel in summer. - We reizen in de zomer.
  • She studies in the evening. - Ze studeert 's avonds.
  • He came on 10 June. - Hij kwam op 10 juni.

Veelgemaakte fouten

  • ❌ I get up on 7 o'clock. -> ✅ I get up at 7 o'clock.
  • ❌ We meet in Monday. -> ✅ We meet on Monday.
  • ❌ My birthday is at June. -> ✅ My birthday is in June.

Tips

  • Snelle gids: at = kloktijd, on = dag/datum, in = lange periode.

Volg je voortgang