B1

Gewoonten in het verleden: used to / would / Past Simple

Definitie / Uitleg

Engels heeft meerdere manieren om over herhaalde handelingen of toestanden in het verleden te praten. Used to is gebruikelijk voor oude gewoonten en oude toestanden die nu niet meer waar zijn. Would kan herhaalde handelingen in het verleden beschrijven, vooral in verhalen, maar beschrijft normaal geen toestanden uit het verleden. Past Simple kan ook gewoonten uit het verleden uitdrukken wanneer de context herhaling duidelijk maakt. De juiste vorm laat zien of je een oude routine, oude toestand of gewoon een reeks gebeurtenissen bedoelt.

Belangrijkste regels

  • Gebruik used to + base verb voor gewoonten en toestanden in het verleden: I used to live in Leeds.
  • Gebruik would + base verb voor herhaalde handelingen in het verleden, vooral in verhalen: Every summer we would camp by the lake.
  • Gebruik would normaal niet voor toestanden zoals be, have, know of live in algemene betekenis.
  • Past Simple kan ook gewoonte uitdrukken: When I was a child, I played outside every day.
  • Used to suggereert vaak contrast met nu.

Voorbeelden

  • I used to play chess after school. - Ik speelde vroeger na school vaak schaak.
  • On Sundays we would visit Grandma. - Op zondagen gingen we vaak bij oma langs.
  • She used to have long hair. - Ze had vroeger lang haar.
  • When we were children, we played in the street every evening. - Toen we kinderen waren, speelden we elke avond op straat.
  • My father used to work nights. - Mijn vader werkte vroeger nachtdiensten.

Veelgemaakte fouten

  • ❌ I would live in Rome when I was a child. -> ✅ I used to live in Rome when I was a child.
  • ❌ She used to went there every day. -> ✅ She used to go there every day.
  • ❌ We would be very shy at school. -> ✅ We used to be very shy at school.

Volg je voortgang