B1
Gemiddeld (B1)
Present perfect, conditionals en verbonden spreken in langere berichten.
0 van 29 onderwerpen voltooid0%
0/29bestudeerd
Onderwerpen
29 onderwerpen- 1Present Perfect: ervaring (ever/never)
- 2Present Perfect: onafgeronde tijdsperiode
- 3Present Perfect vs Past Simple
- 4Just/already/yet/still + PP
- 5Past Perfect (introductie)
- 6Gewoonten in het verleden: used to / would / Past Simple
- 7Overzicht van toekomende vormen: will / going to / present continuous
- 8Modale werkwoorden: toestemming/verplichting (kern)
- 9Mogelijkheid: may/might/could
- 10Indirecte vragen (kenmerkend punt)
- 11Wederkerende voornaamwoorden
- 12Vraagtags
- 13Toestandswerkwoorden (vs continuous)
- 14Passief: Present Simple passive
- 15Passief: Past Simple passive
- 16Bepalende betrekkelijke bijzinnen (who/which/that/∅)
- 17Frasale werkwoorden: wat ze zijn + kernbetekenissen
- 18Frasale werkwoorden: separable vs inseparable
- 19Werkwoord + voorzetsel (vaste voorzetsels)
- 20Werkwoordspatronen: -ing vs to‑infinitive (uitbreiding)
- 21-Ing/to‑infinitive verandert de betekenis (stop/remember/try)
- 22Discoursmarkeerders (introductie)
- 23Verbindingswoorden + interpunctie (basis)
- 24Collocaties: do/make (kern)
- 25Determinatoren: each/every/both/either/neither
- 26Too/enough (positie en betekenis)
- 27Hoofdletters (kernregels)
- 28Apostrofs: its vs it’s (veelgemaakte fout)
- 29“Drempel”-fouten met voorzetsels (tijd/plaats)