B1

Present Perfect vs Past Simple

Definitie / Uitleg

Past Simple spreekt over een afgeronde handeling in een afgesloten verleden tijd. Present Perfect spreekt over een handeling in het verleden met een verbinding met het heden, of over een handeling zonder exact genoemd afgerond moment. Dit contrast is belangrijk omdat beide tijden naar het verleden verwijzen, maar verschillende vragen beantwoorden. Past Simple beantwoordt When did it happen?. Present Perfect beantwoordt ideeen zoals Has it happened in your life, this week, or up to now?

Belangrijkste regels

  • Gebruik Past Simple met afgesloten tijdsuitdrukkingen: yesterday, last week, in 2019.
  • Gebruik Present Perfect als de exacte tijd niet genoemd is of als het resultaat nu belangrijk is.
  • Vergelijk: I saw him yesterday vs I have seen him this week.
  • Gebruik Past Simple in verhalen en tijdlijnen.
  • Gebruik Present Perfect voor recent nieuws, ervaring of onafgesloten periodes.

Voorbeelden

  • I saw him yesterday, but I have seen him twice this week. - Ik zag hem gisteren, maar deze week heb ik hem al twee keer gezien.
  • She left at six, so I have not spoken to her today. - Ze vertrok om zes uur, dus ik heb haar vandaag niet gesproken.
  • We went there last month, and we have been there many times before. - We gingen er vorige maand heen, en we zijn er eerder al vaak geweest.
  • He broke his phone last night, so he has bought a new one. - Hij maakte zijn telefoon gisteravond stuk, dus hij heeft een nieuwe gekocht.
  • They did not finish the job yesterday, but they have finished it now. - Ze maakten het werk gisteren niet af, maar nu hebben ze het wel afgerond.

Veelgemaakte fouten

  • ❌ I have seen him yesterday. -> ✅ I saw him yesterday.
  • ❌ She went to the gym this week. -> ✅ She has gone to the gym this week.
  • ❌ We have did it already. -> ✅ We have done it already.

Volg je voortgang